ECLI:NL:HR:2007:BA5836
Hoge Raad · 04-09-2007 · zaaknummer 01920/06
Inhoudsindicatie
Gebruik van getuigeverklaring voor het bewijs. Bij de beoordeling van het middel moet worden vooropgesteld dat in een geval als i.c. waarin de verdediging niet in enig stadium van het geding de gelegenheid heeft gehad een persoon die een verklaring tegenover de politie heeft afgelegd te (doen) ondervragen, art. 6 EVRM aan het gebruik tot het bewijs van het pv van de politie met een dergelijke verklaring niet in de weg staat, als de betrokkenheid van verdachte bij het hem tenlastegelegde feit in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen en voorts dat dit steunbewijs dan betrekking zal moeten hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die hij betwist (vgl. HR LJN AO2601). Gelet hierop en in aanmerking genomen (a) dat de betrokkenheid van verdachte bij het onder 2 bewezenverklaarde feit slechts kan worden afgeleid uit de hiervoor onder 3.3. sub c en d weergegeven, tegenover de politie afgelegde verklaringen van de getuige, en (b) dat deze verklaringen niet voldoende steun vinden in de andere bewijsmiddelen, had het Hof die verklaringen niet tot het bewijs mogen bezigen.
Advocaten
- A. Ghonedale
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
