ECLI:NL:HR:2007:BA5807
Hoge Raad · 11-09-2007 · zaaknummer 01440/06
Inhoudsindicatie
Ex art. 359.1 Sv jo. art. 415 Sv dient het arrest van het hof de vordering van de AG bij het hof te bevatten. De omstandigheid dat de bestreden uitspraak niet inhoudt voor welke feiten de AG de gevangenisstraf van 30 mnd heeft gevorderd – terwijl het pv ttz en de overgelegde schriftelijke vordering daaromtrent ook niets inhouden - brengt i.c. niet mee dat die uitspraak wegens schending van genoemde bepaling zou moeten worden vernietigd. Gelet op het proces-verloop (o.m. inhoudend dat de Rb verdachte voor het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft veroordeeld tot 30 mnd gevangenisstraf en dat de AG heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot dezelfde straf als de rechter in 1e aanleg heeft opgelegd) is immers niet voor redelijke twijfel vatbaar dat de AG het oog had op de feiten zoals deze door de Rb waren bewezenverklaard.
Advocaten
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
