ECLI:NL:HR:2007:BA4943
Hoge Raad · 04-09-2007 · zaaknummer 01434/06
Inhoudsindicatie
Huisvredebreuk. Art. 138 Sr beoogt het huisrecht van een ander, dat hij ontleent aan de feitelijke bewoning, te beschermen. Daarbij is niet van belang of die bewoning geschiedt krachtens enig recht. Daarom is onjuist de opvatting waarop verweer en middel berusten, namelijk dat de omstandigheid dat het gebruik van de woning door die ander onrechtmatig zou moeten worden geacht, meebrengt dat van “wederrechtelijk” binnendringen, a.b.i. in art. 138 Sr geen sprake kan zijn.
Advocaten
- R.F. Speijdel
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
