ECLI:NL:HR:2007:BA4914
Hoge Raad · 04-09-2007 · zaaknummer 00465/06
Inhoudsindicatie
Het recht tot strafvordering is i.c. niet vervallen indien het cassatieberoep tegen ’s Hofs niet-ontvankelijkverklaring van verdachte in zijn hoger beroep niet slaagt, zie tussenarrest HR LJN AZ3286. ’s Hofs niet van een onjuiste rechtsopvatting getuigende oordeel dat hetgeen door of namens verdachte is aangevoerd niet kan gelden als een bijzondere omstandigheid die de overschrijding van de beroepstermijn verontschuldigbaar doet zijn, is niet onbegrijpelijk.
Advocaten
- A.H. Westendorp
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
