ECLI:NL:HR:2007:BA2164
Hoge Raad · 26-06-2007 · zaaknummer 02000/06
Inhoudsindicatie
Redelijke termijn. Verdachte heeft op 18-11-05 cassatie ingesteld en de stukken zijn door de HR ontvangen op 18-7-06. De i.h.k.v. de overschrijding van de redelijke termijn a.b.i. art. 6.1 EVRM op 8 maanden gestelde termijn voor het inzenden van de stukken naar de HR, vangt aan met het tijdstip waarop het beroep in cassatie is ingesteld (HR LJN AA7309, rov. 3.3). Op deze inzendingstermijn is noch art. 88 Sr, noch art. 136 Sv van toepassing. Ook de bepalingen van de Algemene termijnenwet zijn niet van toepassing, reeds omdat ingevolge art. 4.a, die wet niet geldt voor een termijn die is omschreven in meer dan 3 maanden (HR LJN ZD2395, rov. 3.2). I.c. is geen sprake van overschrijding van de redelijke termijn.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
