ECLI:NL:HR:2007:BA0874
Hoge Raad · 24-04-2007 · zaaknummer 01825/06
Inhoudsindicatie
Bekennende verdachte, art. 359.3 Sv. HR herhaalt relevante overwegingen uit HR NJ 2006, 542. Het hof, dat deels heeft volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen, heeft kennelijk geoordeeld dat verdachte het bewezenverklaarde, inhoudende dat hij tezamen en in vereniging met anderen door bedreiging met geweld X heeft gedwongen tot afgifte van een zeker geldbedrag, duidelijk en ondubbelzinnig heeft bekend. Daarvan uitgaande moet, gelet op door verdachte ter ttz in appel afgelegde verklaringen en op hetgeen door zijn raadsman aldaar is aangevoerd (inhoudende dat verdachte 200 à 300 euro van X heeft gekregen), worden aangenomen dat het hof a.g.v. een kennelijke misslag in de bewezenverklaring een geldbedrag van € 350,- heeft opgenomen i.p.v. bewezen te verklaren dat “een geldbedrag” werd afgeperst. De HR leest de bewezenverklaring verbeterd. Aldus beschouwd is ’s hofs oordeel voldoende gemotiveerd en kon het hof in zoverre volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.
Advocaten
- G. Meijers
Partijen
[benadeelde partij]
benadeelde partij · onbekend
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
