ECLI:NL:HR:2007:AZ8779
Hoge Raad · 17-04-2007 · zaaknummer 01087/06
Inhoudsindicatie
Geen overschrijding redelijke termijn tussen bij verstek gewezen uitspraak en het tijdstip waarop deze aan verdachte in persoon is betekend. Een verstekmededeling betreffende een op 22-09-1999 bij verstek gewezen arrest van het hof – na vergeefse aanbieding op 22-10-1999 op het GBA-adres en terugzending aan de afzender – is op 10-12-1999 uitgereikt aan de (waarnemend-)griffier van de Rb te ’s-Gravenhage, waarna zij op diezelfde dag als gewone brief is verzonden aan het GBA-adres. HR: Nu de verstekmededeling binnen een jaar na het bestreden arrest rechtsgeldig is betekend ex art. 588.3 (oud) Sv, is van overschrijding van de redelijke termijn in de in het middel bedoelde procesfase geen sprake. De na die betekening opgetreden vertraging komt voor rekening van verdachte omdat redelijkerwijs ervan kan worden uitgegaan dat hij door die betekening op de hoogte is geraakt van ’s hofs uitspraak (vgl. HR NJ 2000, 721, rov. 3.19). Ambtshalve herstelt de HR het verzuim van het hof om het bewezenverklaarde te kwalificeren.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
