ECLI:NL:HR:2007:AZ6126
Hoge Raad · 15-05-2007 · zaaknummer 00806/06
Inhoudsindicatie
Medeplegen, bewuste nauwe samenwerking. Geklaagd wordt over de bewijsvoering van het medeplegen van de diefstal door verdachte van 4 (gelijktijdig gestolen) BMW’s en 1 (daarvoor gestolen) Mercedes. Het hof heeft – naast de vaststelling omtrent het gebruik dat verdachte van de gestolen BMW X5 heeft gemaakt - vastgesteld dat de (gestolen) Mercedes- waarin later die nacht verdachte inzittende bleek te zijn - reeds zeer korte tijd na de diefstal van die BMW's door een aantal getuigen tezamen met 3 van die BMW’s is gezien, terwijl nog weer korte tijd later voor de Mercedes en 1 van de BMW's zonder te betalen benzine is getankt. Voorts blijkt uit ‘s hofs vaststellingen dat de inzittenden van de BMW’s en de Mercedes elkaar kenden en tijdens hun nachtelijke tocht contact met elkaar hadden, terwijl een aantal van hen –onder wie verdachte – “altijd samen zijn“. Uit een en ander, in samenhang beschouwd met de overige bewijsvoering, heeft het hof kunnen afleiden dat tussen verdachte en zijn mededaders sprake was van een voor een bewezenverklaring van het medeplegen vereiste mate van bewuste en nauwe samenwerking. CAG: anders.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
