ECLI:NL:HR:2007:AZ5717
Hoge Raad · 20-02-2007 · zaaknummer 01365/06
Inhoudsindicatie
Het hof heeft verdachtes verklaring kennelijk niet opgevat als een beroep op psychische overmacht. Dat is niet onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat verdachte ter terechtzitting in appel werd bijgestaan door een raadsman die, naar blijkt uit het zittings-pv en de daaraan gehechte pleitnotities, geen uitdrukkelijk beroep heeft gedaan op psychische overmacht (HR NJ 2006, 85). I.c. bestond evenmin een nadere motiveringsplicht o.g.v. art. 359.2 Sv. De inwerkingtreding van die bepaling heeft geen verandering gebracht in de motiveringseisen die reeds o.g.v. art. 358.3 Sv bestonden t.a.v. de in dat art. genoemde verweren, zoals het beroep op een strafuitsluitingsgrond.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
