ECLI:NL:HR:2007:AF4673
Hoge Raad · 15-06-2007 · zaaknummer 37645
Inhoudsindicatie
De zaken betreffen een poging tot besparing van omzetbelasting door een verhuurconstructie van roerende zaken aan vrijgestelde ondernemers (ziekenhuizen). De belanghebbenden, speciale one purpose dochters van leasemaatschappijen, kochten op aanwijzing van de ziekenhuizen dure roerende zaken bij derden en gaven deze OB-belast in lease aan ziekenhuizen onder zodanige voorwaarden dat slechts de meest kale juridische eigendom bij de belanghebbenden achterbleef. Het geld om de zaken te kopen werd renteloos van de ziekenhuizen geleend. De leasevergoeding doofde exact de aflossing op de lening uit. De ziekenhuizen hadden een optie om de aandelen in de belanghebbenden te kopen na afloop van de OB-herzieningstermijn voor roerende zaken. De winst voor de belanghebbenden werd verkregen door een eenmalige afsluitvergoeding en een jaarlijkse beheersvergoeding, waarover BTW was verschuldigd. De Inspecteur weigerde de aftrek van BTW op de aankoop c.q. hief na over de terbeschikkingstelling aan de ziekenhuizen, die zijns inziens geen dienst, maar levering was. De constructie is gebaseerd op de combinatie van vier gegevens: (i) het uitgangspunt van art. 11 Zesde BTW-Richtlijn dat de grondslag van BTW-heffing is de overeengekomen vergoeding, ook als die afwijkt van de objectieve prestatiewaarde of de modaliteiten van de vergoeding om fiscale redenen afwijken van normaal; (ii) de ongedifferentieerde beperkte herzieningstermijn van vijf jaren voor roerende zaken ex art. 13 Uitv. Besch. OB (art. 20, lid 2, Zesde Richtlijn); (iii) BNB 1996/394 en BNB 2001/296, waarin bij autolease de OB over de financiering werd vermeden door de lessee die zelf te laten dragen door een renteloze lening van de lessee aan de leasemaatschappij; (iv) een beleidsregel over de fiscale gevolgen van financial en operational lease (“Mededeling 61”), die bepaalde criteria stelt bij voldoening waaraan voor de omzetbelastingheffing operational lease (verhuur) in plaats van financial lease (en daarmee levering) aangenomen wordt. Geconcludeerd wordt dat het Hof ten onrechte schijnhandeling heeft aangenomen. Tot gegrondverklaring van het beroep leidt dit echter niet, nu voldoende feitelijke grondslag bestaat om te komen tot de van de civielrechtelijke kwalificatie afwijkende Richtlijnconforme fiscaalrechtelijke kwalificatie van de feiten, inhoudende dat de macht om als eigenaar over de roerende zaken te beschikken aan de ziekenhuizen is overgedragen en de tegenprestatie daarvoor bestaat uit het van de ziekenhuizen “geleende” bedrag. De conclusie bevat beschouwingen over de techniek van fiscaalrechtelijke kwalificatie en over de toepasbaarheid van fraus legis in de omzetbelasting, mede gezien het relevante EG-recht.
Rechters
In deze uitspraak zijn geen namen van rechters gepubliceerd.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
