ECLI:NL:HR:2006:AY9190
Hoge Raad · 14-11-2006 · zaaknummer 03110/05
Inhoudsindicatie
Art. 51 Sv. Aan de schriftuur zit een brief van het ressortsparket aan de raadsvrouwe, inhoudende dat er van wordt uitgegaan dat zij verdachte in appel zal bijstaan, met het verzoek een stelbrief te sturen, alsmede een stelbrief van de raadsvrouwe. Bij de gedingstukken bevindt zich het dubbel van de appeldagvaarding, waarop is vermeld: afschrift aan raadsman verstrekt op 6-6-05. Voorts bevinden zich bij de stukken 2 vrijwel gelijkluidende brieven van het hof van 6-6-05 aan de raadsvrouwe, waarin de datum en het tijdstip van de behandeling van de strafzaak van verdachte worden medegedeeld. De ene brief bevat een paraaf van de griffier en de mededeling “Exemplaar bestemd voor het dossier”, terwijl de andere brief een volledige handtekening van de griffier bevat en de mededeling “Dit formulier s.v.p. meenemen”. Blijkens het p-v van de appelzitting is aldaar noch verdachte noch diens raadsvrouw verschenen. Uit hetgeen hiervoor is overwogen, in onderlinge samenhang beschouwd, i.h.b. de aanwezigheid in het dossier van de laatstgenoemde brief aan de raadsvrouwe, vloeit het ernstige vermoeden voort dat t.a.v. de appeldagvaarding art. 51 Sv niet is nageleefd. Het is immers aannemelijk dat de hiervoor bedoelde brief het originele exemplaar betreft, hetgeen zou inhouden dat deze brief per abuis in het dossier is gevoegd en niet naar de raadsvrouwe is gezonden. Het in het belang van verdachte gegeven voorschrift van art. 51 Sv is van zo grote betekenis dat, al is dit niet uitdrukkelijk in de wet bepaald, de niet-nakoming ervan moet worden geacht aan een geldige behandeling van de zaak ter terechtzitting buiten tegenwoordigheid van verdachte en diens raadsman in de weg te staan. Dit is slechts anders indien de rechter voor wie de zaak is aangebracht in redelijkheid mag aannemen dat verdachte geen prijs erop heeft gesteld, hetzij ter terechtzitting te verschijnen en aldaar door zijn raadsman te worden bijgestaan hetzij in zijn afwezigheid door zijn uitdrukkelijk gemachtigde raadsman het woord ter verdediging te laten voeren. Een goede procesorde brengt voorts mee dat wanneer - zoals i.c. - reden bestaat tot twijfel omtrent het nageleefd zijn van voormeld voorschrift, de rechter, alvorens nadat de zaak is uitgeroepen het onderzoek ter terechtzitting voort te zetten, zich ervan vergewist, dat hetzij voormeld voorschrift is nageleefd hetzij één der voormelde uitzonderingsgevallen zich voordoet. Noch uit het bestreden arrest noch uit het p-v van de terechtzitting blijkt echter dat het een of het ander is geschied. Dit leidt tot vernietiging.
Advocaten
- M.I. Hoogland
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
