ECLI:NL:HR:2006:AY8963
Hoge Raad · 07-11-2006 · zaaknummer 02824/05
Inhoudsindicatie
HR: 81 RO. Ambtshalve: verjaring. Blijkens de stukken van het geding is de inleidende dagvaarding op 6-11-2003 betekend. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat gedurende 6 jr daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht, zodat het ervoor moet worden gehouden dat de verjaring van de feiten niet voor 6-11-2003 is gestuit. De in art. 70, aanhef en onder 2° (oud) Sr bepaalde termijn is dus wat betreft de feiten vzv. deze zijn gepleegd in de periode van 2-2-1996 t/m 5-11-1997 vervuld, zodat het recht tot strafvordering in zo-verre is vervallen. De HR zal met vernietiging van de bestreden uitspraak in zoverre, het OM alsnog n-o verklaren in de vervolging van de onder 1 tenlastegelegde feiten wat betreft deze periode.
Advocaten
- R. Veerkamp
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
