ECLI:NL:HR:2006:AY7937
Hoge Raad · 20-10-2006 · zaaknummer R06/042HR
Inhoudsindicatie
Internationale kinderontvoering; van ‘daadwerkelijke uitoefening’ van gezagsrecht als bedoeld in art. 3 lid 1, aanhef en onder b, en art. 13 lid 1, aanhef en onder a, HKOV kan ook sprake zijn indien de met het gezag belaste persoon of instelling – hier: een Duitse voogdij-instelling – het kind niet feitelijk verzorgt en opvoedt maar ervan blijk heeft gegeven zich overeenkomstig de inhoud van het bestaande gezagsrecht de belangen van het kind aan te trekken door toe te zien op de naleving van haar afspraken met de feitelijk verzorger omtrent diens verzorging en opvoeding.
Advocaten
- J. van Duijvendijk-Brand
- J.P. Heering
- L. Strikwerda
Partijen
[verzoekster]
verzoekster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
