ECLI:NL:HR:2006:AY7760
Hoge Raad · 17-10-2006 · zaaknummer 00112/06
Inhoudsindicatie
Vooropgesteld moet worden dat indien verdachte, zoals i.c., in voorlopige hechtenis verkeert bij de berechting van de zaak zowel in eerste aanleg als in appel in de regel sprake is van overschrijding van de redelijke termijn ex art. 6.1 EVRM indien de behandeling van de zaak ter terechtzitting niet binnen 16 maanden na de aanvang van de redelijke termijn respectievelijk het instellen van het rechtsmiddel is afgerond met een einduitspraak (HR NJ 2000, 721). ‘s Hofs oordeel dat aan de overschrijding van de redelijke termijn in appel geen gevolg behoeft te worden verbonden “nu de totale berechtingstermijn van de behandeling van de strafzaak in eerste aanleg en in hoger beroep binnen een termijn van vier jaren is gebleven” is niet zonder meer begrijpelijk, reeds gelet op hetgeen is vooropgesteld. De HR zal de zaak in dit opzicht om doelmatigheidsredenen zelf afdoen. Daarbij neemt de HR tot uitgangspunt dat de redelijke termijn in appel is overschreden.
Advocaten
- S.M. Krans
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
