ECLI:NL:HR:2006:AY0113
Hoge Raad · 26-09-2006 · zaaknummer 02476/05
Inhoudsindicatie
Art. 359.3 Sv: bekennende verdachte. De opvatting dat de rechter, die gebruik maakt van de hem in art. 359.3, 2e volzin Sv gegeven mogelijkheid om, zo verdachte het hem ten laste gelegde bekent, met een opgave van bewijsmiddelen te volstaan, dient te doen blijken dat verdachte na een eerdere bekentenis niet anders heeft verklaard dan wel hij of zijn raadsman geen vrijspraak heeft bepleit, is onjuist. De opvatting dat het hof bij verwijzing naar het p-v van aangifte had moeten vermelden terzake waarvan het is opgemaakt vindt geen steun in het recht. Voorts heeft het hof kennelijk en niet onbegrijpelijk de voor het bewijs gebezigde verklaring van verdachte dat hij heeft gepoogd een goed, namelijk een kluis, mee te nemen aldus verstaan dat hij heeft gepoogd de in de kluis aanwezige goederen of het daarin aanwezige geld weg te nemen.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
