ECLI:NL:HR:2006:AX9405
Hoge Raad · 26-09-2006 · zaaknummer 02618/05
Inhoudsindicatie
Bewijs medeplegen wederrechtelijke vrijheidsberoving. Het hof heeft niet geoordeeld dat louter sprake is geweest van passieve aanwezigheid van verdachte bij de vrijheidsberoving maar tot uitdrukking gebracht dat verdachte door zijn gedragingen eraan heeft bijgedragen dat zijn mededader de bewezenverklaarde handelingen kon verrichten en dat het slachtoffer niet vrij was te gaan en te staan waar hij wilde. Dat oordeel is in het licht van de gebezigde bewijsmiddelen niet onbegrijpelijk. Gelet daarop geeft ‘s hofs oordeel dat tussen verdachte en zijn mededader van een zodanige bewuste en nauwe samenwerking sprake was dat zij de vrijheidsberoving en het voortduren daarvan tezamen en in vereniging hebben gepleegd, geen blijk van een onjuiste rechtsopvatting.
Advocaten
- P.W. van der Kruijs
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
