ECLI:NL:HR:2006:AX6733
Hoge Raad · 06-10-2006 · zaaknummer C05/114HR
Inhoudsindicatie
Geschil tussen broers en zusters - al dan niet mede in hun hoedanigheid van erfgenamen van de moeder van partijen die in eerste aanleg is overleden - over de vraag in hoeverre hun broer die de boerderij, landerijen en veestapel in 1979 van de vader had gekocht en na zijn overlijden in 1980 een groot deel van de grond en het melkquotum in 1992 heeft verkocht, hen geld verschuldigd is uit hoofde van het vervreemdingswinstbeding dat in de koopakte was opgenomen in het zicht van de ruilverkaveling waarbij de gekochte grond in 1980 is toegedeeld; uitleg van het beding; regelt het beding ook verdeling van de vervreemdingswaarde van het in 1984 verkregen melkquotum?, aanvullende werking van de redelijkheid en billijkheid.
Advocaten
- E. Grabandt
- E. van Staden ten Brink
- F.F. Langemeijer
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
[verweerder]
verweerder · onbekend
[verweerster]
verweerster · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
