ECLI:NL:HR:2006:AW2082
Hoge Raad · 13-10-2006 · zaaknummer C04/286HR
Inhoudsindicatie
Vie d’Or. Geschil tussen de stichting ter behartiging van de gedupeerde voormalige polishouders van de levensverzekeringsmaatschappij Vie d’Or en toenmalige actuaris over de (verklaring voor recht tot) aansprakelijkheid van de actuaris uit onrechtmatige daad wegens onzorgvuldig handelen tegenover de polishouders door (bestuur en RvC van) Vie d’Or niet te waarschuwen; onrechtmatigheid, maatstaf, door onafhankelijke certificerende actuaris te betrachten zorgvuldigheid, gezichtspunten; betekenis oordeel tuchtrechter in aansprakelijkheidsprocedure; causaal verband; schadevaststelling, voordeelverrekening (profiteren van beurskoersstijgingen); toewijsbaarheid verklaring voor recht (art. 3:305a lid 3 BW); vergoeding aan stichting van buitengerechtelijke kosten tot vaststelling aansprakelijkheid, redelijke uitleg art. 3:305a en art. 6:96 lid 2, aanhef en onder b, BW, maatstaf, kosten tuchtprocedure géén redelijke maatregel ter vaststelling van aansprakelijkheid.
Advocaten
- E. Grabandt
- E.M. Wesseling-van Gent
- K.G.W. van Oven
- L. Timmerman
- N.V. Levensverzekeringsmaatschappij Vie
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
