ECLI:NL:HR:2006:AW0394
Hoge Raad · 05-09-2006 · zaaknummer 01937/05
Inhoudsindicatie
Opzet op bijstandsfraude. Uit de gebezigde bewijsmiddelen kan – zoals het hof in zijn nadere bewijsoverweging tot uitdrukking heeft gebracht – volgen dat verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat het werkelijke aantal door haar echtgenoot bij een horecagelegenheid gewerkte uren niet in de mede door haar ondertekende inkomstenformulieren was opgegeven. Nadere motivering behoeft evenwel 's hofs oordeel dat, zoals onder 1 is bewezenverklaard, verdachte heeft gehandeld “met het oogmerk om aldus voor zichzelf en voor haar mededader bijstand of hogere bijstand te verkrijgen”. Gelet op het verweer (echtgenoot regelde alles, verdachte die de Nederlandse taal niet machtig is, tekende enkel zonder er meer van te begrijpen dan dat dat nodig was om een uitklering te krijgen) schiet ook de motivering van het onder 2 bewezenverklaarde opzet (opzettelijk niet de benodigde gegevens verstrekken die van belang waren voor de vaststelling van het recht op de uitkering) tekort.
Advocaten
- C.F. Roza
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
