ECLI:NL:HR:2006:AW0100
Hoge Raad · 13-06-2006 · zaaknummer 01190/05 B
Inhoudsindicatie
Art. 94a Sv; conservatoir (derden)beslag op onroerende zaak. Uit de totstandkomingsgeschiedenis van art. 94a.3 en 94a.4 Sv volgt dat de wetgever een verruiming van de beslagmogelijkheden heeft beoogd bij derden die te kwader trouw voorwerpen onder zich hebben die middellijk of onmiddellijk afkomstig zijn van het misdrijf in verband waarmee het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden ontnomen, en dat ook onroerende zaken die aan een derde toebehoren in beslag kunnen worden genomen. Het oordeel van de Rb dat het conservatoire beslag op het aan klaagster toekomende registergoed geen conservatoir derdenbeslag is, is onjuist noch onbegrijpelijk in aanmerking genomen dat, zoals de Rb heeft vastgesteld, het beslag ten laste van klaagster is gelegd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
