ECLI:NL:HR:2006:AV6199
Hoge Raad · 13-06-2006 · zaaknummer 01686/05 P
Inhoudsindicatie
Ontnemingszaak en verweer uit hoofdzaak. Voorop moet worden gesteld dat aan de rechter, oordelend op de ontnemingsvordering, een zelfstandig oordeel toekomt m.b.t. alle verweren die betrekking hebben op de vaststelling van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel kan worden geschat. Daarbij heeft hij na te gaan of sprake is van een verweer dat rechtstreeks betrekking heeft op de ontnemingsvordering (HR NJ 1999, 589). Als een dergelijk verweer kan niet gelden het verweer dat in het opsporingsonderzoek in de hoofdzaak zodanige onregelmatigheden hebben plaatsgevonden dat dit moet leiden tot niet-ontvankelijkverklaring van de OvJ in zijn vervolging. Wat betreft die ontvankelijkheid is de rechter in de ontnemingsprocedure gebonden aan het daaromtrent in de hoofdzaak gegeven oordeel.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
