ECLI:NL:HR:2006:AV6196
Hoge Raad · 20-06-2006 · zaaknummer 01608/05
Inhoudsindicatie
Taakstraf en illegale vreemdeling. ’s Hofs oordeel dat een taakstraf in de vorm van een werkstraf “reeds gelet op de verblijfstatus van verdachte” geen nadere bespreking behoeft, berust kennelijk op de opvatting dat een illegaal in Nederland verblijvende vreemdeling voor een dergelijke straf niet in aanmerking komt mede omdat art. 197b Sr voor de executie van een dergelijke straf een beletsel zou vormen. Die opvatting kan niet als juist worden aanvaard. Daarbij verdient opmerking dat de tekst van art. 197b Sr – waarin sprake is van het verrichten van arbeid krachtens overeenkomst of aanstelling – noch de wetsgeschiedenis erop duidt dat de wetgever ook werkzaamheden die in het kader van een werkstraf worden verricht onder het bereik van die bepaling heeft willen brengen.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
