ECLI:NL:HR:2006:AV4087
Hoge Raad · 11-04-2006 · zaaknummer 01006/05
Inhoudsindicatie
‘s Hofs oordeel dat de curator bevoegd is zich t.b.v. de gezamenlijke schuldeisers als benadeelde partij in het onderhavige strafgeding te voegen, getuigt niet van een onjuiste rechtsopvatting (HR NJ 2003, 377). De omstandigheid dat niet de gefailleerde maar een derde verdachte is kan daaraan niet afdoen. Ook overigens is ’s hofs oordeel onjuist noch onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat het hof heeft vastgesteld dat de curator van de failliet verklaarde zoon van verdachte vergoeding heeft gevorderd van de schade die verdachte a.g.v. het hem tenlastegelegde feit (het medeplegen van bedrieglijke bankbreuk) rechtstreeks heeft toegebracht aan de daardoor benadeelde gezamenlijke schuldeisers van zijn zoon.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
