ECLI:NL:HR:2006:AV2644
Hoge Raad · 16-06-2006 · zaaknummer C05/104HR
Inhoudsindicatie
Procesrecht. Geschil tussen (de erven van) een koper en de verkoper van een in Spanje gelegen appartement over de ontvankelijkheid van het hoger beroep van deze verkoper tegen het verstekvonnis waarin de vordering tot levering daarvan als niet onrechtmatig of ongegrond werd toegewezen terwijl in dezelfde procedure de rechtbank gelijkluidende vorderingen van andere kopers tegen de wel verschenen verkopers wegens bevrijdende verjaring had afgewezen; vormt het voorschrift van art. 335 lid 2 Rv. tot voldoening aan een verstekvonnis voor niet-verschenen medegedaagden onder huidig procesrecht een reële belemmering van het instellen van het door art. 335 lid 1 gewaarborgde rechtsmiddel van hoger beroep?; restrictieve en niet-ambtshalve toepassing van art. 335 lid 2 Rv.; onderzoek door appelrechter van in rechte te respecteren belang van de appellant bij zijn beroep op dit ontvankelijkheidsvoorschrift.
Rechters
Advocaten
- D.M. de Knijff
- E.M. Wesseling-van Gent
Partijen
[eiser]
eiser · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
