ECLI:NL:HR:2006:AV1162
Hoge Raad · 13-06-2006 · zaaknummer 02528/05 H
Inhoudsindicatie
Herziening. Art. 457.1.1 en art. 461 Sv; Antilliaanse uitspraak gelijkgesteld met buitenlands vonnis. Aanvraagster is door de pr veroordeeld voor een feit gepleegd op 4-9-03 in Eindhoven, terwijl zij door GEA te Curaçao is veroordeeld voor een feit gepleegd op diezelfde datum op Curaçao. Art. 457.1.1 Sv komt niet in aanmerking, omdat in die bepaling onder arresten of vonnissen, gelet op art. 461.1 Sv – dat bij aangenomen tegenstrijdigheid vernietiging van beide uitspraken voorschrijft – slechts uitspraken van Nederlandse gerechten zijn te begrijpen. In dit opzicht moet een onherroepelijk geworden uitspraak van het GEA worden gelijkgesteld met een buitenlands vonnis; de HR is niet bevoegd verklaard om een zodanig vonnis in herziening te vernietigen. Gelet op de tijdstippen waarop de bewezenverklaarde gedragingen hebben plaatsgevonden, en op de duur van de ophouding van de aangehouden persoon voor verhoor in de Nederlandse zaak, ontstaat het ernstig vermoeden dat de pr, ware hij met de veroordeling van het GEA bekend geweest, aanvraagster zou hebben vrijgesproken. Uit het vorenoverwogene volgt dat zich een omstandigheid voordoet als bedoeld in art. 457.1.2 Sv zodat de aanvrage gegrond is.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
