ECLI:NL:HR:2005:AT9061
Hoge Raad · 18-11-2005 · zaaknummer C04/268HR
Inhoudsindicatie
Geschil in het faillissement van een pandgever omtrent de mogelijkheid tot verrekening door een debiteur van de verpande vordering met zijn tegenvordering zonder dat de pandhouder (bank) een beroep toekomt op art. 6:136 BW, strekking van art. 53 lid 3 Fw., verweermiddelen van debiteur van de verpande vordering, bescherming van het in art. 6:145 BW neergelegde beginsel.
Rechters
Advocaten
- D. Rijpma
- L. Strikwerda
Partijen
[eiseres]
eiseres · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
