ECLI:NL:HR:2005:AT8306
Hoge Raad · 13-09-2005 · zaaknummer 02664/04
Inhoudsindicatie
Verduistering ex art. 321 Sr. Verdachte trok in winkel in-line skates aan, probeerde tevergeefs te pinnen, liet zijn jas, schoenen en identiteitskaart als onderpand in de winkel achter en probeerde vervolgens tevergeefs bij banken te pinnen, vervolgens besloot hij niet meer naar de winkel terug te gaan omdat hij “de rollerskates gewoon wilde hebben. Niets dat me daar vanaf bracht”. Het hof heeft geoordeeld dat de in-line skates op het moment waarop verdachte ermee de winkel verliet nog toebehoorden aan de winkel en voorts dat verdachte vervolgens die skates wederrechtelijk zich heeft toegeëigend door i.s.m. de met de verkoper gemaakte afspraak daarover zonder daartoe gerechtigd te zijn als heer en meester te beschikken en de in-line skates niet terug te brengen naar de winkel toen bleek dat verdachte geen geld kon pinnen. Dit oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
