ECLI:NL:HR:2005:AT7122
Hoge Raad · 23-08-2005 · zaaknummer 00547/05 W
Inhoudsindicatie
WOTS-zaak. 1. De opvatting is onjuist dat de Nederlandse rechter niet (zonder nadere motivering) tot een “andere kwalifikatie” dan de buitenlandse rechter zou mogen komen in die zin dat hij medeplegen van het feit zoals dat naar Nederlands recht strafbaar is, aanneemt, terwijl in de buitenlandse rechterlijke beslissing het feit is gekwalificeerd als medeplichtigheid aan het in die buitenlandse wetgeving strafbaar gestelde feit. De Nederlandse rechter dient ex art. 28.3 WOTS o.b.v. de feiten die de buitenlandse rechter kennelijk aan zijn veroordeling ten grondslag heeft gelegd, na te gaan of en zo ja welk strafbaar feit deze naar Nederlands recht opleveren. 2. De WOTS voorziet niet in de vastlegging van een rechterlijke beslissing in een verkorte uitspraak.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
