ECLI:NL:HR:2005:AT5840
Hoge Raad · 05-07-2005 · zaaknummer 02953/04
Inhoudsindicatie
1. Redelijke termijn en betekening verstekmededeling. 2. Verjaring: ambtshalve geconstateerd. Ad 1. Van overschrijding van de redelijke termijn kan sprake zijn indien ex art. 366 Sv een verstekmededeling dient te worden betekend en het OM bij die betekening niet de nodige voortvarendheid heeft betracht (HR NJ 2000, 721). Niet kan worden gezegd dat de vertraging die is opgetreden vanaf de datum van de betekening van de bestreden uitspraak aan de griffier valt toe te rekenen aan het OM, omdat verdachte in deze fase van de vervolging op geen enkel moment ingeschreven is geweest in de GBA van enige gemeente in Nederland en van verdachte evenmin een woon- of verblijfplaats bekend was, terwijl het OM zes maanden na de datum van de bestreden uitspraak een verzoek heeft gedaan tot opneming van verdachte in het opsporingsregister en diverse malen heeft getracht te achterhalen of verdachte inmiddels in de GBA was opgenomen. Ad 2. Uit de stukken van het geding blijkt niet dat gedurende zes jaren voorafgaand aan de betekening aan verdachte van het verstekarrest enige daad van vervolging is verricht. V.w.b. de schuldheling is de in art. 70.2 Sr bepaalde verjaringstermijn vervuld. De HR verklaart het OM in zoverre ambtshalve niet-ontvankelijk.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
