ECLI:NL:HR:2005:AT3659
Hoge Raad · 07-06-2005 · zaaknummer 02428/04
Inhoudsindicatie
Voor een veroordeling t.z.v. bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat zij het leven zou kunnen verliezen. Als het hof heeft geoordeeld dat de bewezenverklaarde uitlatingen van verdachte (“Bedankt voor die 8 jaar en als ik vrij kom, dan ga ik jou als eerste pakken”) op zichzelf van dien aard zijn dat zij bij het slachtoffer een dergelijke vrees konden doen ontstaan, is dat oordeel, gelet op de bewoordingen waarin die uitlatingen zijn gedaan, niet zonder meer begrijpelijk. Als het hof die uitlatingen niet op zichzelf heeft beschouwd, maar heeft geoordeeld dat de omstandigheden waaronder deze zijn gedaan, meebrengen dat van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven sprake is, is dat oordeel ontoereikend gemotiveerd, nu de gebezigde bewijsmiddelen omtrent zodanige omstandigheden onvoldoende inhouden.
Advocaten
- A.P. Visser
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
