ECLI:NL:HR:2005:AT2974
Hoge Raad · 24-05-2005 · zaaknummer 03202/04 E
Inhoudsindicatie
OM-cassatie. Het middel, gericht tegen ’s hofs oordeel dat het OM niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vervolging t.z.v. overtreding van art. 10.2 Wmb (oud), treft doel op de gronden als vermeld in de conclusie van de AG. Conclusie AG: 1. Het hof heeft blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting door het OM niet-ontvankelijk te verklaren o.g.v. zijn oordeel dat de APV voorziet in een bijzondere strafbepaling die bij uitsluiting in aanmerking genomen had moeten worden, terwijl een dergelijke specialiteitsverhouding eventueel tot ontslag van rechtsvervolging leidt. 2. Degene die afval deponeert op de weg, kan, gelet op de derogatiebepaling van art. 8:11.3 APV, slechts met succes vervolgd worden o.g.v. art. 10.2 Wmb. Het hof heeft dus niet alleen het verkeerde rechtsgevolg toegepast, maar ook ten onrechte aangenomen dat de gemeentelijke bepaling een specialis vormt ten opzichte van de bepaling in de Wmb.
Advocaten
- G.P. Hamer
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
