ECLI:NL:HR:2005:AT2971
Hoge Raad · 24-05-2005 · zaaknummer 03112/04
Inhoudsindicatie
Het (namens verdachte voorgestelde) middel klaagt over de afwijzing van het ter terechtzitting door de A-G bij het hof gedane verzoek, door het hof kennelijk opgevat als een een vordering, tot nader onderzoek. Het hof, overwegende dat het verzoek wordt afgewezen “omdat de noodzaak daartoe niet is gebleken”, heeft aldus de juiste maatstaf toegepast. ‘s Hofs oordeel is niet onbegrijpelijk, in aanmerking genomen dat de vordering blijkens het p-v van de terechtzitting niet nader is gemotiveerd.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
