ECLI:NL:HR:2005:AT2970
Hoge Raad · 05-07-2005 · zaaknummer 03096/04 B
Inhoudsindicatie
Beklagzaak. 1. De enkele door de rb in aanmerking genomen nalatigheid van het OM om zijn standpunt met stukken te onderbouwen, kan geen grond vormen voor het oordeel dat de inbeslagneming onrechtmatig is. Een dergelijk oordeel had alleen kunnen worden bereikt o.g.v. de vaststelling – eventueel o.g.v. nader onderzoek – van de daarvoor relevante, de beslaglegging zelve betreffende, feiten en omstandigheden. 2. De rb had, in het licht van hetgeen de OvJ heeft aangevoerd en van de stukken, blijk moeten geven te hebben onderzocht of het beslag berustte of was komen te berusten op art. 94a Sv. In dat geval zou als maatstaf hebben te gelden of zich het geval voordoet dat buiten redelijke twijfel is dat de klager als derde/niet-beslagene als eigenaar van het voorwerp moet worden aangemerkt. Indien dit laatste het geval is, zal voorts moeten worden onderzocht of zich de situatie van art. 94a.3 of 94a.4 Sv voordoet.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Officier van justitie
- M.L. Crommelin
officier van justitie
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
