ECLI:NL:HR:2005:AS9235
Hoge Raad · 07-06-2005 · zaaknummer 02207/04
StrafrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
De opvatting dat, nu het hof heeft geoordeeld dat verdachte in eerste aanleg onvoldoende voorbereidingstijd heeft gehad en geen sprake is geweest van een eerlijk proces ex art. 6 EVRM, het hof de zaak ex art. 423.1 Sv naar de rb had dienen te verwijzen, is onjuist (HR NJ 1996, 557).
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
