ECLI:NL:HR:2005:AS6026
Hoge Raad · 15-02-2005 · zaaknummer 02533/04 U-II
Inhoudsindicatie
Vervolgingsuitlevering aan Moldavië. Onder verwijzing naar HR NJ 2004, 42 (betreffende het vertrouwen tussen tot het EVRM toegetreden staten) wijst de HR namens de opgeëiste persoon gedane verzoeken af en verwerpt hij het verweer betreffende schending van art. 6.1 EVRM wegens (mogelijke) overschrijding van de redelijke termijn en de vraag of de opgeëiste persoon te dier zake in Moldavië een effectief rechtsmiddel ex art. 13 EVRM heeft. Niet is aangevoerd dat de opgeëiste persoon zich na uitlevering niet zal kunnen beroepen op schending van art. 6 EVRM dan wel dat zulks na een geslaagd beroep niet voldoende kan worden gecompenseerd.
Advocaten
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
