ECLI:NL:HR:2005:AS5865
Hoge Raad · 12-04-2005 · zaaknummer 02264/04
Inhoudsindicatie
Vervolgingsverjaring. Tenlastelegging: schennis van de eerbaarheid ex art. 239, aanhef en sub 3 Sr in de periode 1-1-90 t/m 1-1-99. De inleidende dagvaarding is op 19-11-02 betekend. Niet blijkt dat gedurende 6 jaren daaraan voorafgaand enige daad van vervolging is verricht, zodat de verjaring niet voor 19-11-02 is gestuit. De verjaringstermijn ex art. 70, aanhef en sub 2 Sr is vervuld v.w.b. de periode 1-1-90 t/m 18-11-96, zodat het recht tot strafvordering in zoverre is vervallen. HR verklaart OM t.a.v. die periode niet-ontvankelijk en wijst de zaak terug v.w.b. de strafoplegging.
Advocaten
- P.F. Tummers
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
