ECLI:NL:HR:2005:AS4638
Hoge Raad · 15-03-2005 · zaaknummer 01745/04
Inhoudsindicatie
Tapgesprekken tussen verdachte en advocaten. 1. Het hof heeft overwogen dat het een schending van de met de bescherming van het verschoningsrecht samenhangende rechtsregels even ernstig acht als een mogelijk directe schending van het verschoningsrecht zelf en heeft de regels onder ogen gezien die in dit verband onder verantwoordelijkheid van het OM zijn geschonden. Daarmee heeft het hof op het verweer gereageerd op een wijze die er niet toe noopte vast te stellen of de tapgesprekken wel of niet onder het verschoningsrecht vielen. 2. Het hof heeft overwogen dat er geen reden is om aan te nemen dat door of vanwege het OM is aangestuurd op het afluisteren van geheimhouders, nu verdachte steeds zelf inbelde en het afluisteren van verdachte rechtmatig geschiedde. Het hof heeft voorts overwogen dat evenmin aannemelijk is geworden dat, zouden de advocaten ten onrechte door het OM als verdachten zijn aangemerkt, politie en justitie tegen beter weten in en met het oog op het omzeilen van het verschoningsrecht de geheimhouders als verdachten hebben aangemerkt. Daarmee heeft het hof geoordeeld dat de inbreuken niet moedwillig zijn begaan. AG wijst op onjuistheid van de uitleg die het hof in zijn (als NJ 2003, 731 gepubliceerde) arrest heeft gegeven aan art. 197a Sr.
Advocaten
- D. Moszkowicz
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
