ECLI:NL:HR:2005:AR8428
Hoge Raad · 08-02-2005 · zaaknummer 00626/04
Inhoudsindicatie
Aanwezigheidsrecht. Het aanhoudingsverzoek van de raadsman om de in Duitsland gedetineerde verdachte ter terechtzitting aanwezig te laten zijn, levert een duidelijke aanwijzing op dat verdachte niet vrijwillig afstand heeft gedaan van zijn aanwezigheidsrecht. 's Hofs afwijzing van dat verzoek is, gelet op de omstandigheden van het geval, niet begrijpelijk, in aanmerking genomen dat het hof niets heeft vastgesteld over de eventuele mogelijkheden van internationale rechtshulp en de tijd die daarmee zou zijn gemoeid, terwijl bij de bepaling van de redelijke termijn een verleend uitstel van de behandeling in beginsel voor rekening van verdachte zal komen. Daaraan doet niet af dat de raadsman op de terechtzitting uitdrukkelijk gemachtigd was (HR NJ 2004, 663) en evenmin dat verdachte het tenlastegelegde heeft bekend.
Advocaten
- C. Slotboom
- R.W. Koevoets
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
