ECLI:NL:HR:2005:AR4928
Hoge Raad · 11-01-2005 · zaaknummer 03029/03
Inhoudsindicatie
Verschoningsrecht ex art. 219 Sv van getuige-medeverdachte. 1. Ook indien ervan zou moeten worden uitgegaan dat het hof de getuige t.a.v. diens eerder als verdachte ter terechtzitting van het hof afgelegde verklaring “in feite de mogelijkheid heeft ontnomen om van zijn verschoningsrecht gebruik te maken”, leidt dit niet tot nietigheid. 2. De opvatting dat een medeverdachte die als getuige ter terechtzitting wordt gehoord in de zaak tegen de verdachte geen verschoningsrecht ex art. 219 Sv toekomt voorzover het betreft hetgeen door hem eerder ter terechtzitting als verdachte in zijn eigen strafzaak is verklaard, is onjuist. Art. 219 Sv houdt een zodanige beperking niet in.
Advocaten
- A.H. Westendorp
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
