ECLI:NL:HR:2004:AR5979
Hoge Raad · 19-11-2004 · zaaknummer 39392
Bestuursrecht; BelastingrechtGepubliceerd 04-04-2013
Deel LinkedIn
Inhoudsindicatie
Ook de houder van een fictief aanmerkelijk belang in de zin van art. 20a, lid 5, Wet IB 1964 valt onder de buitenlandse belastingplicht van art. 49, lid 1, aanhef en letter c, onder 4º, Wet IB 1964.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
