ECLI:NL:HR:2004:AR5092
Hoge Raad · 21-12-2004 · zaaknummer 00011/04
Inhoudsindicatie
’s Hofs oordeel dat de hardhandige aanhouding van verdachte door de politie niet disproportioneel is geweest, zodat geen sprake is van een vormverzuim dat tot strafvermindering zou kunnen leiden ex art. 359a Sv, is zonder nadere motivering, die ontbreekt, niet begrijpelijk. De verklaring van verdachte (na boeien op straat geslagen en knietjes in rug gekregen waardoor blauwe plek en nog steeds last van rug), beschouwd in samenhang met het "verslag slachtofferonderzoek" waarin de arts "de tijd van tijdelijke ziekte of van de verhindering van de uitoefening der beroepsbezigheden" op "3-6 weken" schat en "pijnstilling zo nodig" vermeldt, geven aanleiding tot die nadere motivering.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
