ECLI:NL:HR:2004:AR4901
Hoge Raad · 14-12-2004 · zaaknummer 01493/04 E
Inhoudsindicatie
OM-cassatie tegen vrijspraak van handelingen m.b.t. indigovinken “zijnde beschermde vogels”. Uit ’s hofs motivering van de vrijspraak blijkt niet dat het hof de grondslag van de tenlastelegging heeft verlaten door van een verkeerde opvatting van het begrip “een in Europa in het wild levende vogel uit te gaan”. De enkele mogelijkheid dat het hof van een verkeerde uitleg is uitgegaan, leidt niet tot vernietiging van de vrijspraak. HR verwijst voor toetsingskader naar HR NJ 2004, 480. De stelling dat het hof nader onderzoek diende te gelasten alvorens tot een einduitspraak te komen, vindt geen steun in het recht, evenmin als de stelling dat het hof – nu geen sprake was van een vordering of verzoek daartoe – zijn impliciete oordeel dat nader onderzoek niet noodzakelijk was, ambtshalve had dienen te motiveren.
Advocaten
- J.G.G. Wilgers
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
