ECLI:NL:HR:2004:AR3226
Hoge Raad · 14-12-2004 · zaaknummer 01023/04
Inhoudsindicatie
Opzet en toerekenbaarheid na drank- en medicijngebruik. 1. Een verweer dat verdachte i.v.m. de toestand waarin hij verkeerde na voorafgaand gebruik van alcohol en medicijnen het tenlastegelegde niet opzettelijk heeft begaan, kan slechts slagen indien bij verdachte t.t.v. zijn handelen ieder inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan zou hebben ontbroken. 2. 's Hofs verwerping van het verweer dat het feit (zware mishandeling) niet aan verdachte kan worden toegerekend, komt erop neer dat verdachte in een korte periode grote hoeveelheden alcohol en medicijnen – die naar hij wist niet in combinatie met alcohol mochten worden gebruikt – tot zich heeft genomen en zich aldus vrijwillig heeft gebracht in de toestand waarin hij het feit beging. Dit oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk.
Advocaten
- A.C. 't Hart
- H.K. ter Brake
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
