ECLI:NL:HR:2004:AR3215
Hoge Raad · 16-11-2004 · zaaknummer 00831/04
Inhoudsindicatie
Toelaatbaarheid voor het bewijs van tegenover de politie afgelegde getuigenverklaring. Indien de verdediging niet in enig stadium de gelegenheid heeft gehad die getuige te (doen) ondervragen, staat art. 6 EVRM aan het gebruik tot het bewijs van die verklaring niet in de weg, als de betrokkenheid van verdachte in voldoende mate steun vindt in andere bewijsmiddelen. Voorts moet dit steunbewijs betrekking hebben op die onderdelen van de hem belastende verklaring die hij betwist (HR NJ 1999, 827). I.c. mocht het hof de verklaring niet voor het bewijs bezigen, nu (a) verdachtes betrokkenheid bij het bewezenverklaarde slechts kan worden afgeleid uit die verklaring, en (b) die verklaring niet voldoende steun vindt in de andere bewijsmiddelen.
Advocaten
- S.C.M. Asselbergs
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
