ECLI:NL:HR:2004:AR2187
Hoge Raad · 26-10-2004 · zaaknummer 00911/04
Inhoudsindicatie
Ontoereikend bewijs van medeplegen doodslag. Uit de bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat er tussen verdachte, die geen uitvoeringshandeling heeft verricht, en zijn medeverdachte sprake was van een zodanig nauwe en volledige samenwerking, gericht op het jegens het slachtoffer uitgeoefende geweld dat van medeplegen kan worden gesproken. In reactie op 's hofs bewijsoverweging merkt de HR op dat, aangenomen dat er sprake was van een plotselinge escalatie die leidde tot een kortdurende schietpartij, niet zonder meer valt in te zien hoe verdachte zich had kunnen distantiëren van het door zijn medeverdachte uitgeoefende geweld, terwijl voorts verdachtes voor het bewijs gebruikte verklaring inhoudt dat hij een schoppende beweging naar het slachtoffer heeft gemaakt in een poging om het vuurwapen uit de hand van het slachtoffer te schoppen.
Advocaten
- A.A. Franken
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
