ECLI:NL:HR:2004:AR1960
Hoge Raad · 16-11-2004 · zaaknummer 02787/03
Inhoudsindicatie
Het verweer strekkende tot nietigverklaring van de inleidende dagvaarding is, in aanmerking genomen dat de oproeping van de verdachte voor de nadere terechtzitting in eerste aanleg hem in persoon is betekend, niet tijdig, immers eerst in hoger beroep gevoerd (HR NJ 2002, 317, rov. 3.27). Daaraan doet niet af het in hoger beroep gevoerde verweer dat uit een oproeping niet blijkt waarvoor de verdachte terechtstaat. Als de verdachte dat niet wist is dit i.c. aan hemzelf te wijten. De onderhavige zaak verschilt van HR LJN AL4349 nu in die zaak niet is vastgesteld dat de oproeping van de verdachte tegen de nadere terechtzitting aan hem in persoon is betekend.
Advocaten
- Y.A.G. Mellema-Zijlstra
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
