ECLI:NL:HR:2004:AQ8932
Hoge Raad · 12-10-2004 · zaaknummer 00649/04
Inhoudsindicatie
Redelijke termijn. 1. De opvatting dat een internationaal opsporings- en aanhoudingsbevel de redelijke termijn ex art. 6 EVRM niet kan doen aanvangen, is in zijn algemeenheid onjuist. 2. De redelijkheid van de duur van een strafzaak is mede afhankelijk van de invloed van verdachte op het procesverloop (HR NJ 2000, 721). Daarbij is o.a. van belang of hij vrijwillig en onvoorwaardelijk heeft meegewerkt aan de realisering van voormeld bevel.
Advocaten
- E.W. Klop
Officier van justitie
- E.W. Klop
officier van justitie
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
