ECLI:NL:HR:2004:AO2607
Hoge Raad · 23-03-2004 · zaaknummer 01230/03 P
Inhoudsindicatie
1. Toepassing van art. 359 lid 7 Sv in ontnemingszaken. 2. In mindering brengen van vorderingen van derden; in geval het voordeel is voorgevloeid uit meerdere strafbare feiten. ad.1. Indien de vordering van het OM ter zitting strekt tot gebruik van de matigingsbevoegdheid, en de rechter geen of in geringere mate matiging toepast en het te betalen bedrag hoger vaststelt dan gevorderd zal dit zodanig moeten worden gemotiveerd dat de betrokkene niet in het ongewisse verkeert omtrent de redenen die tot die hogere vaststelling hebben geleid. In het geval de rechter tot een hogere schatting van het wederrechtelijk voordeel is gekomen dan het OM mist 359 lid 7 Sv redelijke zin nu de redenen daarvoor besloten liggen in de verantwoording van de schatting van het voordeel, daarbij inbegrepen de gevolgde berekeningswijze. ad. 2. De ontnemingsvordering heeft betrekking op meerdere feiten. Het Hof heeft de in rechte toegekende vorderingen van benadeelde derden in mindering gebracht op het per feit geschatte bedrag. Geen sprake van een onjuiste uitleg van art. 36e lid 6 Sr.
Advocaten
In deze uitspraak zijn geen advocaten of gemachtigden met naam genoemd.
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
