ECLI:NL:HR:2004:AO0603
Hoge Raad · 16-03-2004 · zaaknummer 01066/03
Inhoudsindicatie
Faillissementsfraude; aannemen van betaling ex art. 344 Sr door gecedeerd krijgen van een vordering van de failliet op de Belastingdienst ter zake van teveel betaalde omzetbelasting. 1. Moment ontstaan belastingvordering. 2. Art. 24 lid 5 Invorderingswet 1990. Ad 1. Een belastingschuld of -vordering vloeit rechtstreeks voort uit de wet en bestaat zodra de daartoe gestelde voorwaarden zijn vervuld. Met het vaststellen van de belastingaanslag wordt de belastingschuld of -vordering slechts geformaliseerd en kan zij worden ingevorderd of uitbetaald. Ad 2. Art. 24 lid 5 Invorderingswet 1990 stelt geen nadere eisen aan de rechtsgeldigheid van een dergelijke cessie, maar ziet uitsluitend op de bevoegdheid van de Ontvanger tot verrekening van de gecedeerde vordering met nog openstaande belastingschulden van de cedent.
Advocaten
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
