ECLI:NL:HR:2004:AL8449
Hoge Raad · 20-04-2004 · zaaknummer 02632/02
Inhoudsindicatie
Cameratoezicht. 1. In casu geen aantasting van de persoonlijke levenssfeer van verdachte. 2. Ontoereikendheid van de wettelijke basis van het toezicht maakt waarneming niet reeds tot inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Ad 1. Het hof heeft vastgesteld dat gedurende korte tijd, door middel van vaste en beweegbare camera’s op de Nieuwe Binnenweg te Rotterdam die op het hoofdbureau van politie te Rotterdam werden bediend, gedragingen van de verdachte die zich in het openbaar afspeelden (spuiten van graffiti), zijn waargenomen. In ’s Hofs oordeel dat de persoonlijke levenssfeer van de verdachte niet is aangetast, ligt besloten dat die waarneming geen betrekking had op een situatie waarin de verdachte mocht verwachten onbevangen zichzelf te kunnen zijn. Dit oordeel is onjuist noch onbegrijpelijk. Ad 2. De opvatting dat de enkele omstandigheid dat hier sprake zou zijn van een op een ontoereikende wettelijke basis steunend (permanent) cameratoezicht reeds meebrengt dat genoemde waarneming een inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de verdachte oplevert, is onjuist.
Advocaten
- A. de Roos
Partijen
[verdachte]
verdachte · onbekend
Gemachtigden en juristen in deze zaak
In deze uitspraak zijn geen gemachtigden of juristen met naam genoemd.
Bron: openbaar gepubliceerde uitspraak van de Rechtspraak. Wij tonen alleen de metadata en de inhoudsindicatie zoals gepubliceerd; de volledige uitspraak lees je bij de bron. Klopt er iets niet of wilt u dit niet zo? Meld het via de contactpagina.
